ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ6187
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Last onder dwangsom wegens ontbreken leidinggevende in horecagelegenheid
Verzoekster, exploitant van een horecagelegenheid in Tilburg, werd meerdere malen geconstateerd dat de inrichting voor publiek geopend was zonder aanwezigheid van een leidinggevende vermeld op de vergunning, in strijd met artikel 24, eerste lid, van de Drank- en Horecawet (DHW). Na een schriftelijke waarschuwing en een tweede constatering binnen twee jaar legde verweerder een last onder dwangsom op.
Verzoekster voerde aan dat de hoogte van de dwangsom niet in verhouding stond tot de overtreding, dat zij recht had op pauze voor leidinggevenden en dat het beleid onredelijk was. Ook stelde zij dat zij niet in staat was de dwangsom te betalen en dat er sprake was van bijzondere omstandigheden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de overtredingen niet waren betwist en dat het recht op pauze niet afdoet aan de verplichting om een vervangende leidinggevende aanwezig te laten zijn of de zaak te sluiten. Het handhavingsprotocol van verweerder, waarin een stappenplan is opgenomen met waarschuwing en dwangsom, is niet kennelijk onredelijk. Er waren geen bijzondere omstandigheden die afwijking van het beleid rechtvaardigden.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens het ontbreken van een leidinggevende in de horecagelegenheid wordt ongegrond verklaard en het handhavingsbesluit gehandhaafd.