ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ7466
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen eigenwoningregeling voor erfpachtrecht op gemengd woon- en zakelijk pand in 2004
Belanghebbende bezit sinds 1993 een recht van erfpacht op een pand dat deels wordt gebruikt als woonruimte en deels voor zakelijke doeleinden. In geschil stond of het woongedeelte in 2004 kwalificeerde als eigen woning voor de inkomstenbelasting, waarbij doorslaggevend was of belanghebbende de waardeveranderingen van het woongedeelte grotendeels toekomen.
De erfpachtakte uit 1993 bevatte geen bepalingen over toerekening van waardevermeerdering, en de rechtbank oordeelde dat belanghebbende in 2004 geen recht had op vergoeding van waardeontwikkeling van het pand, anders dan voor aangebrachte verbeteringen. Latere documenten uit 2009, waaronder een nieuwe erfpachtakte en een verklaring van de rentmeester, konden dit niet wijzigen omdat zij niet van toepassing waren op 2004 en in strijd waren met de oorspronkelijke akte.
De rechtbank verwees ook naar een eerdere uitspraak over 2003 waarin een vergelijkbaar beroep van belanghebbende werd afgewezen. De rechtbank concludeerde dat het erfpachtrecht in 2004 gelijkgesteld moet worden met een huurrecht, waardoor de eigenwoningregeling niet van toepassing is. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de aanslag inkomstenbelasting 2004 is ongegrond verklaard omdat het erfpachtrecht niet kwalificeert als eigen woning.