ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ8782
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van BPM-heffing en boete bij gebruik buitenlandse leaseauto in Nederland
Belanghebbende gebruikte een in Luxemburg geregistreerde leaseauto gedurende een periode langer dan 14 dagen in Nederland zonder vrijstellingsvergunning. De inspecteur legde een naheffingsaanslag BPM en een boete op wegens het niet voldoen van de BPM-heffing. Belanghebbende stelde dat artikel 14a van de Wet BPM in strijd is met artikel 49 van Pro het EG-Verdrag omdat de BPM niet tijdsevenredig wordt geheven en dat de regeling leidt tot dubbele belastingheffing en extra administratieve lasten.
De rechtbank stelt vast dat belanghebbende de auto duurzaam en feitelijk in Nederland gebruikt, gelet op het leasecontract van drie jaar en het gebruik zowel zakelijk als privé. De rechtbank volgt de jurisprudentie van het HvJ EG, met name het arrest Van de Coevering, en oordeelt dat de volledige BPM-heffing bij registratie in combinatie met de teruggaafregeling van artikel 14a Wet BPM niet in strijd is met het EG-Verdrag.
De stelling dat de teruggaafregeling leidt tot onredelijke administratieve lasten wordt verworpen omdat de duur van het gebruik niet kort is. Ook is er geen ongelijke behandeling tussen binnenlandse en buitenlandse leasemaatschappijen. De klacht over dubbele belastingheffing faalt vanwege het ontbreken van harmonisatie binnen de EU. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag en boete.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag BPM en de boete.