ECLI:NL:RBBRE:2009:BJ9556
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.J. Minnaar
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid wegens ontbreken geldige cessie van medische vordering
Fa-med B.V. vordert betaling van € 100,85 plus rente en kosten van gedaagde wegens een medische behandeling uitgevoerd door zorgverlener [SL]. Fa-med stelt dat zij de vordering van [SL] heeft overgenomen via cessie en factoringovereenkomst. Gedaagde erkent de behandeling en is bereid de hoofdsom aan [SL] te betalen, maar betwist de geldigheid van de cessie en daarmee de inningsbevoegdheid van Fa-med.
De rechtbank oordeelt dat de cessieakte dateert van vóór de behandeling, waardoor de vordering op het moment van cessie nog niet bestond. Artikel 3:94 BW Pro vereist dat het overgedragen recht reeds toebehoort aan de vervreemder op het moment van cessie, wat hier niet het geval is. Ook is niet voldaan aan de vormvereisten voor stille cessie. Fa-med heeft de stukken met betrekking tot cessie pas bij conclusie van repliek ingebracht, waardoor gedaagde pas laat zijn verweer kon onderbouwen.
Gelet op het ontbreken van een geldige cessie is Fa-med niet inningsbevoegd en wordt zij niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering. Fa-med wordt veroordeeld in de proceskosten van € 60,00 plus wettelijke rente. Het vonnis is gewezen door kantonrechter J.J. Minnaar en uitgesproken op 16 september 2009.
Uitkomst: Fa-med wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van een geldige cessie en veroordeeld in de proceskosten.