ECLI:NL:RBBRE:2009:BK0006
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen betekeningskosten en dwangbevel in belastingrecht zaak
Belanghebbende stelde beroep in tegen de aanslag recht van schenking en de daaraan verbonden boete over de jaren 1999 en 2000. Na een fictieve weigering van uitspraak op bezwaar, volgde alsnog een uitspraak die de aanslag handhaafde. Vervolgens werd een dwangbevel uitgevaardigd met in rekening gebrachte betekeningskosten.
Belanghebbende betwistte de rechtmatigheid van het dwangbevel en de hoogte van de betekeningskosten. De rechtbank oordeelde dat de ontvanger niet binnen de wettelijke termijn uitspraak had gedaan op het bezwaar, waardoor het beroep gegrond is. De rechtbank besloot zelf op het bezwaar te beslissen.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende tijdig kennis had genomen van de aanslagen en de mogelijkheid had gehad deze te voldoen, maar dit niet deed. De betekingskosten zijn daarom terecht in rekening gebracht en de beschikking wordt gehandhaafd. Het beroep tegen het niet doen van uitspraak is gegrond, maar het beroep tegen de kosten en het dwangbevel wordt afgewezen.
De rechtbank veroordeelde de ontvanger in de proceskosten van belanghebbende tot een bedrag van € 322. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig doen van uitspraak is gegrond verklaard, de beschikking betekeningskosten wordt gehandhaafd en de ontvanger wordt veroordeeld in de proceskosten van € 322.