ECLI:NL:RBBRE:2009:BK0246
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Achterruiten bij kampeerauto tellen mee voor BPM-heffing
Belanghebbende, een importeur en verkoper van kampeerauto’s, maakte bezwaar tegen de door de inspecteur vastgestelde BPM-heffing over een kampeerauto met achterruiten en ruitenwisser. Zij stelde dat deze voorzieningen niet in de maatstaf van heffing moesten worden meegenomen omdat het BPM-besluit de heffing baseert op de catalogusprijs van een “gesloten bestelauto”, die volgens haar geen achterruiten heeft.
De rechtbank onderzocht het begrip “gesloten bestelauto” en concludeerde op basis van spraakgebruik dat ook bestelauto’s met achterruiten als gesloten bestelauto’s worden aangeboden. De achterruiten zijn door de fabrikant aangebracht en vormen daarmee onderdeel van de catalogusprijs.
Belanghebbende voerde aan dat de achterruiten specifiek voor de recreatieve functie van de kampeerauto waren aangebracht en daarom onder de tegemoetkoming voor kampeerauto’s moesten vallen. De rechtbank verwierp dit en stelde dat voorzieningen die ook voorkomen bij niet als kampeerauto ingerichte bestelauto’s niet onder de tegemoetkoming vallen.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de waarde van de achterruiten moet worden meegenomen in de BPM-heffing.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de waarde van de achterruiten moet worden meegenomen in de BPM-heffing.