ECLI:NL:RBBRE:2009:BK1582
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tot afgifte fiscaal akkoord bij BPM-aangifte gebruikte auto
Belanghebbende, een onderneming die gebruikte auto's importeert, deed op 22 september 2009 aangifte BPM voor een gebruikte Audi A4, waarbij zij een lagere waarde opgaf dan de inspecteur. De inspecteur stelde een hogere BPM vast en weigerde een fiscaal akkoord af te geven totdat het hogere bedrag was voldaan. Belanghebbende betaalde het hogere bedrag en maakte bezwaar tegen de voldoening op aangifte.
Belanghebbende verzocht de voorzieningenrechter om een voorlopige voorziening die de inspecteur zou verplichten de lagere aangifte te volgen en onverwijld een fiscaal akkoord af te geven, onder dreiging van een dwangsom. De voorzieningenrechter oordeelde dat belanghebbende geen spoedeisend belang had bij verlaging van de BPM en dat de inspecteur bevoegd is de juistheid van de aangifte te toetsen en bij significante verschillen een fiscaal akkoord te weigeren.
De rechtbank benadrukte dat de Wet BPM uitgaat van belasting over de catalogusprijs minus afschrijving en dat de inspecteur in geval van onduidelijkheid de waarde mag vaststellen. De werkwijze van de inspecteur om pas een fiscaal akkoord af te geven na betaling van het volgens hem verschuldigde bedrag is niet in strijd met de wet. Het verzoek om voorlopige voorziening werd daarom afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening tot afgifte van een fiscaal akkoord na BPM-aangifte werd afgewezen.