ECLI:NL:RBBRE:2009:BK1588
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- G.H.C. Blommers
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- C.A.F.M. Stassen
- Rechtspraak.nl
Vestigingsplaats holding en belastingplicht vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een houdstermaatschappij opgericht naar Nederlands recht, heeft haar zetel en rechtsvorm verplaatst naar België. De directeur-grootaandeelhouder woont sinds 1993 in België en voert de feitelijke leiding vanuit zijn woonadres. De dochteronderneming bleef in Nederland gevestigd, waar administratieve werkzaamheden werden verricht.
De inspecteur stelde dat belanghebbende in Nederland belastingplichtig bleef, omdat zij naar Nederlands recht was opgericht en de werkelijke leiding niet was verplaatst. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende op grond van de wet binnenlands belastingplichtig is, maar dat de werkelijke leiding feitelijk in België was gevestigd.
De rechtbank concludeerde dat het zwaartepunt van de beslissingen en de feitelijke leiding bij de directeur-grootaandeelhouder in België lag, mede gelet op de aard van de activiteiten en de verklaringen van betrokkenen. Hierdoor is belanghebbende niet in Nederland belastbaar voor haar eigen winst.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar en verminderde de aanslag. Tevens werden de proceskosten aan belanghebbende toegewezen. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de feitelijke leiding van belanghebbende in België is gevestigd, waardoor zij niet in Nederland vennootschapsbelasting verschuldigd is over haar eigen winst.