ECLI:NL:RBBRE:2009:BK1693

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
30 oktober 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
627472-08
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
  • Schotanus
  • Van Kralingen
  • Josten
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 9 SrArt. 10 SrArt. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c Sr
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling ontuchtige handelingen met vrouw in verminderd bewustzijn

Op 1 juli 2007 heeft verdachte tijdens een studentenfeest in Lepelstraat ontuchtige handelingen gepleegd met een vrouw die in een staat van verminderd bewustzijn verkeerde. Het slachtoffer lag te slapen nadat zij alcohol had genuttigd. Verdachte legde zijn penis op haar hand en bracht deze vervolgens in haar mond, terwijl zij niet reageerde. Getuigen bevestigden dat het slachtoffer sliep tijdens de handelingen.

De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte wist dat het slachtoffer in verminderd bewustzijn verkeerde en dat hij willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat zij niet in staat was haar wil te bepalen. Verdachte handelde met voorwaardelijk opzet en maakte op grove wijze inbreuk op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer.

De rechtbank veroordeelde verdachte tot een werkstraf van 200 uur met een voorwaardelijke gevangenisstraf en bijzondere voorwaarden waaronder reclasseringscontact en ambulante behandeling. De straf houdt rekening met de ernst van het feit, het advies van de reclassering en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder zijn ADHD-diagnose en psychische problemen.

Verdachte werd vrijgesproken van wat meer of anders was ten laste gelegd. De rechtbank nam mee dat het feit in juli 2007 is begaan en dat verdachte pas na een jaar is gehoord, evenals het feit dat verdachte zelf hulp zocht. De opgelegde straf is proportioneel en passend bij de ernst van het feit en de situatie van verdachte.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 200 uur werkstraf met voorwaardelijke gevangenisstraf wegens ontuchtige handelingen met een vrouw in verminderd bewustzijn.

Uitspraak

RECHTBANK BREDA
Sector strafrecht
parketnummer: 627472-08
vonnis van de meervoudige kamer d.d. 30 oktober 2009
in de strafzaak tegen
[verdachte]
geboren op [datum en plaats]
wonende te [adres]
raadsvrouwe mr. A.A. van Harmelen, advocaat te ’s-Gravenhage
1 Onderzoek van de zaak
De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 16 oktober 2009, waarbij de officier van justitie, mr. Gimbrère, en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.
2 De tenlastelegging
De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
ontuchtige handelingen heeft gepleegd met een vrouw waarvan hij wist dat zij in staat van verminderd bewustzijn verkeerde of niet in staat was om haar wil kenbaar te maken.
3 De voorvragen
De dagvaarding is geldig.
De rechtbank is bevoegd.
De officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging.
Er is geen reden voor schorsing van de vervolging.
4 De beoordeling van het bewijs
4.1 Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de ten laste gelegde ontuchtige handelingen heeft gepleegd en baseert zich daarbij op:
- de aangifte van [initialen]c[slachtoffer]]
- de verklaring van verdachte die hij bij de politie heeft afgelegd inhoudende dat hij de in de tenlastelegging vermelde handelingen heeft verricht;
- de verklaringen van [getuige 1] en [getuige 2].
4.2 Het standpunt van de verdediging
De verdediging is van mening dat de rechtbank niet tot een bewezenverklaring kan komen van het ten laste gelegde feit.
Zij heeft aangevoerd dat verdachte de handelingen op zich niet ontkent, maar dat de vraag rijst of er sprake is geweest van dwang ten aanzien van een persoon die in staat van verminderd bewustzijn verkeerde.
Uit de verklaringen in het dossier kan niet, althans onvoldoende, worden afgeleid dat er sprake was van dwang ten aanzien van een persoon waarvan verdachte wist, of niet anders dan kan hebben geweten dat zij in staat van verminderd bewustzijn verkeerde.
De eigen verklaring van [slachtoffer] is, naar het oordeel van de verdediging, innerlijk tegenstrijdig, nog daargelaten dat zij niets heeft verklaard over de gebeurtenissen zelf.
De getuigen [getuige 1] en [getuige 2] bevestigen weliswaar een deel van de door verdachte verrichte handelingen, maar ook uit die verklaringen blijkt niet dat [slachtoffer] in een roes verkeerde of niet in staat was haar wil te bepalen, zodat uit die verklaringen niet, althans onvoldoende, kan worden afgeleid dat er sprake was van dwang ten aanzien van een persoon van wie verdachte wist dat zij in staat van verminderd bewustzijn verkeerde.
Volgens verdachte was er sprake van seks tussen twee dronken mensen.
4.3 Het oordeel van de rechtbank
Het slachtoffer [slachtoffer] was op 1 juli 2007 op een studentenfeest, een zwembadfeest, te Lepelstraat, gemeente Bergen op Zoom .
Op een gegeven moment zat zij, aldus haar eigen verklaring, in de jacuzzi. Verdachte bevond zich ook in de jacuzzi. Verdachte begon toen de voet van [slachtoffer] te masseren en even later begon hij aan haar voet te likken. [slachtoffer] heeft toen de jacuzzi verlaten. Omdat zij voelde dat zij genoeg alcohol had gedronken, besloot zij rond 01.00 uur te gaan slapen. [slachtoffer] heeft verklaard dat zij vrijwel direct in slaap is gevallen. Wel hoorde zij aanvankelijk nog wat geluiden. Ook heeft zij verklaard dat zij heeft gevoeld dat iemand aan haar gezicht zat, maar daarna is zij in een diepe slaap gevallen.
Zij werd wakker op het moment dat [getuige 1] en [getuige 2] verdachte van haar hadden weggetrokken en haar wakker hadden gemaakt. Van het gebeuren heeft zij zelf niets gemerkt.
[getuige 1] heeft verklaard dat toen hij samen met [getuige 2] het vertrek binnen kwam waar [slachtoffer] lag te slapen, hij zag dat verdachte in zijn blootje naast het bed stond van [slachtoffer] en dat verdachte, toen hij zich omdraaide, een stijve piemel had. Op dat moment, aldus [getuige 1], sliep [slachtoffer] nog, althans zij had haar ogen dicht. Hierop hebben [getuige 1] en [getuige 2] verdachte bevolen de ruimte te verlaten. Hierna zijn [getuige 1] en [getuige 2] weer naar de kamer gegaan waar [slachtoffer] sliep. [getuige 1] zag dat [slachtoffer] nog steeds haar ogen dicht had, zodat hij vermoedde dat zij nog sliep.
[getuige 2] heeft verklaard dat hij op een gegeven moment de ruimte inliep waar [slachtoffer] lag te slapen. Hij zag dat verdachte bovenop [slachtoffer] zat. Verdachte had op dat moment een ontbloot bovenlijf. Ook zag [getuige 2] dat verdachte een erectie had. [slachtoffer] reageerde niet. Het leek alsof ze in een hele diepe slaap was. [getuige 2] heeft verdachte aangesproken op zijn gedrag, waarop verdachte van [slachtoffer] afsprong. [getuige 2] is toen hulp gaan halen en is samen met [getuige 1] weer naar de ruimte gegaan waar [slachtoffer] lag te slapen .
In grote lijnen bevestigt [getuige 2] de verklaring van [getuige 1]. Hij verklaart verder als volgt . Verdachte stond nog steeds met een ontbloot bovenlijf. [getuige 1] ging tekeer tegen verdachte. [slachtoffer] werd door de aanwezigheid van hen allemaal min of meer wakker. [getuige 2] heeft toen tegen [slachtoffer] verteld wat er was gebeurd.
Verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij de ruimte waar de vrouwen sliepen, was binnengegaan en dat hij zag dat het meisje, waar hij eerder die avond mee in de jacuzzi had gezeten en van wie hij de tenen had gemasseerd, daar lag te slapen. Verdachte bevond zich op dat moment samen met ene Bram in die ruimte. [slachtoffer] lag, aldus verdachte, op haar zij met haar rug naar verdachte toe. Bram zou, aldus verdachte, getracht hebben [slachtoffer] te wekken, maar daar werd niet 1-2-3 op gereageerd. Hij hoorde dat [slachtoffer] ook geluid gaf. Het was niet het kreunen van genot, maar eerder het kreunen zoals iemand dat kan doen terwijl hij/zij slaapt. Verdachte heeft voorts verklaard dat [slachtoffer] zich omdraaide. Zij kreunde, gaf geluiden. Hij wist niet of [slachtoffer] echt wakker was. Hij besloot zijn blote penis op haar hand te leggen. Hij zag dat [slachtoffer] met haar mond open lag. Hij heeft zijn penis in haar geopende mond laten glijden. Hij heeft met zijn penis in haar mond op en neergaande bewegingen gemaakt. Daarna heeft hij gedurende circa een minuut zijn tong in haar mond gehouden. Verdachte heeft verklaard dat [slachtoffer] hierop niet reageerde. Tenslotte heeft hij zich geheel ontkleed en heeft hij opnieuw zijn blote penis in haar hand gelegd. Daarna kwamen er twee jongens de kamer binnen.
De rechtbank acht op grond van de verklaring van aangeefster dat zij van het gebeuren niets heeft gemerkt en de verklaringen [getuige 1] en [getuige 2] dat [slachtoffer] sliep toen zij binnenkwamen en de verklaring van verdachte zoals afgelegd bij de politie, in hun onderlinge samenhang bezien, wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het plegen van ontuchtige handelingen met iemand van wie hij wist dat zij in staat van verminderd bewustzijn verkeerde.
Het moet voor verdachte duidelijk zijn geweest dat [slachtoffer] in staat van verminderd bewustzijn verkeerde. Zo heeft hij verklaard dat zij niet reageerde toen hij zijn penis in haar hand legde. Vervolgens heeft hij aangegeven dat zij kreunende geluiden maakte, nadat hij zijn penis in haar mond had gebracht en op en neergaande bewegingen maakte en dat deze geluiden geen geluiden van genot waren, maar eerder het kreunen van iemand die slaapt. Ook op zijn tongzoen heeft zij niet gereageerd.
Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat, toen hij de bewuste handelingen pleegde, het slachtoffer in staat van verminderd bewustzijn verkeerde en heeft hij die kans blijkens de wijze van handelen ook welbewust aanvaard en op de koop toe genomen. De handelingen van verdachte moeten qua verschijningsvorm ook geacht worden daarop gericht te zijn geweest. Aldus heeft verdachte gehandeld met het voor het bewezenverklaarde benodigde (voorwaardelijke) opzet.
4.4 De bewezenverklaring
De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte
op 01 juli 2007 te Lepelstraat, gemeente Bergen op Zoom, met
[initialen] [slachtoffer], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] in staat van
verminderd bewustzijn verkeerde,
ontuchtige handelingen heeft gepleegd, immers heeft, hij, verdachte, zijn penis in de hand van die [slachtoffer] gelegd en vervolgens zijn penis in de mond van die [slachtoffer] gestopt en vervolgens zijn, verdachtes, penis op en neer bewogen in de mond van die [slachtoffer] en die
[slachtoffer] getongzoend;
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen meer of anders is ten laste gelegd. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.
5 De strafbaarheid
Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten. Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.
Verdachte is strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.
6 De strafoplegging
6.1 De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie vordert aan verdachte op te leggen een werkstraf van 200 uur subsidiair 100 dagen vervangende hechtenis en een voorwaardelijke gevangenisstraf, met als bijzondere voorwaarde verplicht reclasseringscontact met een behandeling bij De Waag of een andere GGZ-instelling.
6.2 Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouwe bepleit, gelet op het gevoerde pleidooi, vrijspraak van de ten laste gelegde ontuchtige handelingen.
6.3 Het oordeel van de rechtbank
Verdachte heeft op een studentenfeest, nadat hij tevoren flink alcohol had genuttigd, ontuchtige handelingen gepleegd met een studente, terwijl die lag te slapen. Hij heeft zijn ontblote penis eerst in haar hand gelegd. Vervolgens heeft hij zijn (stijve) penis in haar mond gestopt en op en neergaande bewegingen gemaakt. Vervolgens heeft hij zijn blote penis opnieuw in haar hand gelegd. Tenslotte heeft hij haar getongzoend. Tijdens al deze handelingen sliep het slachtoffer. Verdachte heeft op zeer grove wijze inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Verdachte heeft daarbij misbruik gemaakt van de onmachtige situatie waarin het slachtoffer verkeerde, enkel ter bevrediging van zijn eigen lustgevoelens.
Op een dergelijk handelen past in beginsel een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.
De rechtbank heeft kennis genomen van de inhoud van het reclasseringsrapport dat over verdachte is uitgebracht.
Uit dit rapport blijkt dat verdachte door privéproblemen het leven vaak niet meer ziet zitten en soms suïcidaal is. De reclassering concludeert dat verdachte daarom hulp nodig heeft om zijn problemen beheersbaar te maken en mogelijk tot oplossingen te komen.
Verdachte heeft intussen zelf contact opgenomen met een psycholoog. Inmiddels is komen vast te staan dat verdachte lijdt aan ADHD. Hij krijgt hier medicatie voor.
De reclassering acht toezicht door de Reclassering en ambulante hulp bij De Waag noodzakelijk.
De rechtbank neemt deze conclusie over en zal bij het opleggen van de strafmaat rekening houden met dit advies.
In het voordeel van verdachte laat de rechtbank meewegen dat het feit in juli 2007 is begaan en verdachte pas na een jaar is gehoord. De rechtbank laat ook meewegen dat verdachte niet eerder ter zake van een soortgelijk feit is veroordeeld en dat verdachte zelf hulp heeft gezocht bij een psycholoog.
Alles afwegend komt de rechtbank tot het oordeel dat de door de officier van justitie gevorderde straffen voldoende recht doen aan de ernst van het feit en de persoon van de verdachte.
7 De wettelijke voorschriften
De beslissing berust op de artikelen 9, 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d en 247 van het Wetboek van Strafrecht zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.
8 De beslissing
De rechtbank:
Bewezenverklaring
- verklaart het ten laste gelegde bewezen, zodanig als hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
Strafbaarheid
- verklaart dat het bewezen verklaarde het volgende strafbare feit oplevert:
Met iemand van wie hij weet dat zij in staat van verminderd bewustzijn verkeert
buiten echt ontuchtige handelingen plegen;
- verklaart verdachte strafbaar;
Strafoplegging
- veroordeelt verdachte tot een werkstraf van 200 uren;
- beveelt dat indien verdachte de werkstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 100 dagen;
- veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 3 maanden, voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar;
- bepaalt dat de voorwaardelijke straf niet ten uitvoer wordt gelegd, tenzij de rechter tenuitvoerlegging gelast:
* omdat verdachte zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
* omdat verdachte tijdens de proeftijd de bijzondere voorwaarde niet heeft nageleefd;
- stelt als bijzondere voorwaarden:
* dat verdachte zich tijdens de proeftijd moet gedragen naar de voorschriften en aanwijzingen die worden gegeven door of namens de Reclassering;
* dat verdachte een ambulante behandeling zal ondergaan bij De Waag of een soortgelijke instelling;
- draagt deze reclasseringsinstelling op om aan verdachte hulp en steun te verlenen bij de naleving van deze voorwaarde;
Dit vonnis is gewezen door mr. Schotanus, voorzitter, mr. Van Kralingen en mr. Josten, rechters, in tegenwoordigheid van Van Hamme, griffier, en is uitgesproken ter openbare terechtzitting op 30 oktober 2009.
Mr. Van Kralingen is niet in de gelegenheid dit vonnis mede te ondertekenen.
BIJLAGE I: De tenlastelegging
hij op of omstreeks 01 juli 2007 te Lepelstraat, gemeente Bergen op Zoom,, met
[initialen] [slachtoffer], van wie hij, verdachte, wist dat die [slachtoffer] in staat van
bewusteloosheid, verminderd bewustzijn of lichamelijke onmacht verkeerde, dan
wel aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling of ziekelijke stoornis van
zijn/haar geestvermogens leed dat die [slachtoffer] niet of onvolkomen in staat was
zijn/haar wil daaromtrent te bepalen of kenbaar te maken of daartegen
weerstand te bieden, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd,
immers heeft, hij, verdachte, zijn penis in de hand(en) van die [slachtoffer]
gelegd en/of (vervolgens) op en neer gaande beweging(en) gemaakt en/of zijn
penis in de mond van die [slachtoffer] gestopt/gebracht en/of (vervolgens) zijn,
verdachtes, penis op en neer bewogen in de mond van die [slachtoffer] en/of die
[slachtoffer] getongzoend;
art 247 Wetboek Pro van Strafrecht