ECLI:NL:RBBRE:2009:BK1804
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Vincent
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen tegen gemeenten inzake onrechtmatige aanbesteding Wmo-hulp bij het huishouden
De zaak betreft een kort geding tussen De Markenlanden en Thebe enerzijds en negen gemeenten anderzijds over de aanbesteding van de Wmo-hulp bij het huishouden in West-Brabant. De Markenlanden vordert onder meer het verbod op voortzetting van de lopende aanbestedingsprocedure en aanpassing van de maximumuurtarieven die volgens haar onhaalbaar zijn. Thebe vordert eveneens het staken van de aanbesteding en het vaststellen van redelijke tarieven.
De gemeenten hebben de opdracht aangekondigd met een maximumtarief voor twee vormen van hulp bij het huishouden (HbH1 en HbH2), waarbij inschrijvers zich aan deze tarieven moeten houden. De Markenlanden heeft ingeschreven met hogere tarieven en betoogt dat de maximumtarieven niet kostendekkend zijn, mede door CAO-eisen en het verbod op inzet van alphahulpen.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de gemeenten zorgvuldig te werk zijn gegaan bij het vaststellen van de tarieven, rekening houdend met een extern rapport, het beschikbare budget en CAO-VVT. Het is niet vereist dat tarieven voor alle inschrijvers kostendekkend zijn. De Markenlanden heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de tarieven onredelijk zijn. Thebe wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat zij niet heeft ingeschreven en dus geen belang heeft.
De vorderingen van De Markenlanden worden afgewezen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten. Thebe wordt eveneens veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is gewezen door rechter Vincent en uitgesproken op 3 november 2009.
Uitkomst: Vorderingen van De Markenlanden worden afgewezen; Thebe niet-ontvankelijk verklaard; beide partijen veroordeeld in proceskosten.