ECLI:NL:RBBRE:2009:BK2704
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Intrekking exploitatievergunning coffeeshop na BIBOB-onderzoek wegens ernstig gevaar strafbare feiten
Verzoekster ontving in december 2008 een vergunning voor het exploiteren van een coffeeshop in Tilburg. Na een BIBOB-onderzoek adviseerde het Bureau integriteitsbeoordelingen het college om de vergunning in te trekken wegens aanwijzingen van betrokkenheid bij strafbare feiten, waaronder overtredingen van de Opiumwet door familieleden die een zakelijk samenwerkingsverband met verzoekster hadden.
Verzoekster betwistte de intrekking, stellende dat de feiten niet actueel zijn en dat zij niet direct betrokken is bij strafbare feiten. Ook voerde zij aan dat de familieleden per 1 juli 2009 waren ontslagen en dat het vertrouwensbeginsel werd geschonden. De burgemeester stelde dat het BIBOB-advies zorgvuldig was en dat de familieband en vermoedens van schijnbeheer een zakelijk verband in stand hielden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het advies zorgvuldig was opgesteld en dat verweerder terecht op het advies mocht afgaan. Er was geen sprake van schending van het vertrouwensbeginsel omdat het BIBOB-onderzoek pas na vergunningverlening was gestart. De proportionaliteitstoets was toegepast en het belang van het voorkomen van strafbare feiten woog zwaarder dan het nadeel voor verzoekster.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, waarmee de intrekking van de vergunning onverminderd van kracht bleef. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de intrekking van de coffeeshopvergunning is afgewezen.