ECLI:NL:RBBRE:2009:BK2772
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit ongeldigverklaring rijbewijs wegens onvoldoende onderbouwing alcoholmisbruik
Verzoeker, de algemeen directeur van het CBR, stelde beroep in tegen het besluit van verweerder tot ongeldigverklaring van zijn rijbewijs op grond van vermoedelijk alcoholmisbruik.
Het onderzoek naar de rijgeschiktheid, uitgevoerd door een arts en psychiater, concludeerde op basis van DSM-IV-TR criteria dat sprake was van alcoholmisbruik. Deze conclusie was vooral gebaseerd op één bevestigende vraag over voortdurend alcoholgebruik ondanks problemen, onderbouwd met eerdere EMA-cursus en Vorderingsprocedure uit 2004.
De voorzieningenrechter oordeelde dat deze onderbouwing onvoldoende is omdat de EMA en Vorderingsprocedure verouderd zijn en niet betrekking hebben op de laatste 12 maanden. Andere gegevens waren speculatief of niet onderbouwd. Hierdoor kon het rapport niet de conclusie dragen dat verzoeker alcoholmisbruik pleegde.
Het bestreden besluit werd vernietigd wegens strijd met het motiveringsbeginsel en het primaire besluit tot ongeldigverklaring werd geschorst. Verweerder werd opgedragen een nieuw besluit te nemen, waarbij het betaalde griffierecht aan verzoeker werd vergoed.
Uitkomst: Het besluit tot ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van alcoholmisbruik.