ECLI:NL:RBBRE:2009:BK2808
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onterechte niet-ontvankelijkverklaring bezwaarschrift en proceskostenvergoeding belastingaanslag
Belanghebbende maakte bezwaar tegen de aanslag inkomstenbelasting 2003 met een correctie van € 11.064 vanwege privécreditcarduitgaven. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens onvoldoende motivering. De rechtbank oordeelt dat dit onterecht was, omdat er voor en na het bezwaarschrift uitvoerige gesprekken waren gevoerd waarin de bezwaren duidelijk waren.
De rechtbank vernietigt de uitspraken op bezwaar, handhaaft de aanslag en heffingsrente, en veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende. De rechtbank wijst op het verwijtbaar handelen van de inspecteur, die wist dat zijn niet-ontvankelijkverklaring geen stand zou houden.
De proceskostenvergoeding wordt vastgesteld op € 974,38, zijnde de werkelijk gemaakte kosten gerelateerd aan de onterechte niet-ontvankelijkverklaring. Belanghebbende zag af van het recht om alsnog door de inspecteur te worden gehoord. Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het bezwaar werd ontvankelijk en gegrond verklaard, de niet-ontvankelijkverklaring vernietigd en de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.