ECLI:NL:RBBRE:2009:BK2875
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting aftrek bemiddelingsfee lening als zakelijke kosten in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een BV, had in 1994 ruim € 1 miljoen geleend van de vaders van haar aandeelhouders en dit bedrag als kapitaal ingebracht in een commanditaire vennootschap (CV). In 2003 werd het kapitaal omgezet in een klein kapitaal en een geldlening. Belanghebbende betaalde vervolgens € 50.000 aan de vaders van haar aandeelhouders als bemiddelingsfee lening, die zij als kosten aftrok.
De inspecteur corrigeerde deze aftrekpost en kwalificeerde de betaling als winstuitdeling aan de aandeelhouders, waardoor de aftrek werd geweigerd. Belanghebbende maakte bezwaar, dat aanvankelijk niet-ontvankelijk werd verklaard, maar de rechtbank oordeelde dat het bezwaar wel ontvankelijk was vanwege voldoende motivering en uitgebreide communicatie.
Inhoudelijk stelde de rechtbank vast dat er geen zakelijke gronden of werkzaamheden waren die de bemiddelingsfee rechtvaardigden. De betaling vond plaats vanwege de familierelatie tussen de aandeelhouders en hun vaders. Daarom was sprake van een winstuitdeling en werd de aftrek terecht geweigerd. De rechtbank veroordeelde de inspecteur tot vergoeding van proceskosten omdat het bezwaar onterecht niet-ontvankelijk was verklaard.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de bemiddelingsfee lening geen zakelijke kosten zijn maar een winstuitdeling, waardoor aftrek wordt geweigerd.