ECLI:NL:RBBRE:2009:BK3184
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening
- Römers
- Rechtspraak.nl
Opheffing beslag en executiegeschil tussen voormalig directeur en vennootschap
De zaak betreft een executiegeschil tussen !Go BV en haar voormalig statutair directeur, [gedaagde]. Na ontbinding van de arbeidsovereenkomst en een eerdere bodemprocedure waarbij vorderingen grotendeels werden afgewezen, legde !Go beslag op het onverdeelde aandeel van [gedaagde] in zijn woning en op roerende zaken. !Go vorderde in kort geding de schorsing van de executie van het vonnis van 8 juli 2009, stellende dat sprake was van een feitelijke en juridische misslag.
De voorzieningenrechter oordeelde dat !Go onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat sprake was van een misslag of noodtoestand die schorsing van de executie rechtvaardigde. Tevens werd geoordeeld dat het kort geding niet mocht worden gebruikt als verkapt appel op de bodemprocedure. De vordering in conventie werd daarom afgewezen.
In reconventie vorderde [gedaagde] opheffing van het beslag dat !Go had gelegd. De voorzieningenrechter stelde vast dat summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door !Go ingeroepen recht was gebleken, mede omdat de bedragen die partijen aan elkaar verschuldigd zijn met elkaar verrekend kunnen worden. De vordering tot opheffing van het beslag werd daarom toegewezen.
!Go werd veroordeeld in de proceskosten van beide procedures en er werd een dwangsom opgelegd voor het geval zij niet binnen twee dagen na dagtekening de opheffing van het beslag aan het Kadaster zou melden. Het vonnis werd in het openbaar uitgesproken op 9 november 2009.
Uitkomst: De vordering van !Go tot schorsing van executie werd afgewezen en het beslag van !Go op het registergoed en roerende zaken van [gedaagde] werd opgeheven.