ECLI:NL:RBBRE:2009:BK4167
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling conserverende aanslag bij emigratie en aandelenfusie niet in strijd met Europees recht
Belanghebbende emigreerde in juli 2003 naar België en was toen enig aandeelhouder van een Nederlandse BV. Naar aanleiding van de emigratie werd een conserverende aanslag opgelegd over de fictieve winst uit aanmerkelijk belang. Vervolgens werden de aandelen ingebracht in een holding via een aandelenfusie, waarbij de inspecteur instemde met voortzetting van het uitstel van betaling, waarbij de aandelen van de holding de plaats innamen van de oorspronkelijke aandelen.
De rechtbank toetste de aanslag aan het EG-Verdrag, met name artikel 43 (vrijheid van vestiging), en oordeelde dat de aanslag niet in strijd is met het gemeenschapsrecht. De aandelenfusie wordt gezien als een vervreemding, waardoor invordering van de aanslag in beginsel mogelijk is. De ontvanger handelde niet onrechtmatig door het uitstel van betaling onder voorwaarden te verlengen.
Belanghebbendes stelling dat de aandelen van de holding niet in de plaats kunnen treden van de oorspronkelijke aandelen wordt verworpen omdat de aanslag is opgelegd over de fictieve vervreemding vóór emigratie. De verdere afwikkeling valt onder de invordering. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en legt geen proceskostenveroordeling op.
Uitkomst: Het beroep tegen de conserverende aanslag wordt ongegrond verklaard; de aanslag is niet in strijd met het EG-Verdrag.