ECLI:NL:RBBRE:2009:BK5751
Rechtbank Breda
- Raadkamer
- Janssen
- Rijken
- van Breugel
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid inverzekeringstelling na schietincident met politiekogel
De zaak betreft een hoger beroep van de officier van justitie tegen de beslissing van de raadkamer (RC) die de inverzekeringstelling van verdachte onrechtmatig achtte en onmiddellijke invrijheidstelling beval. De RC oordeelde dat niet kon worden vastgesteld dat de aanhouding rechtmatig was verlopen, mede omdat niet was vastgesteld of verdachte voorafgaand aan het wapengebruik was gewaarschuwd en of het gebruik van geweld proportioneel was.
De officier van justitie voerde aan dat disproportioneel geweld bij de aanhouding niet direct verband houdt met de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling en dat er wel een waarschuwingsschot was gegeven. De raadsman handhaafde het standpunt dat sprake was van disproportioneel geweld en strijd met politievoorschriften.
De rechtbank stelt dat de RC op basis van de toen beschikbare stukken terecht oordeelde dat de rechtmatigheid van de aanhouding niet kon worden vastgesteld, mede omdat verdachte gewond was geraakt door een politiekogel en het dossier onvoldoende informatie bevatte over de omstandigheden van het schietincident. De rechtbank benadrukt dat nader onderzoek nodig is om disproportionaliteit van geweld vast te stellen, maar dat dit niet ten grondslag kan liggen aan de beoordeling van de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling op dat moment.
Daarom wordt het hoger beroep van de officier van justitie verworpen en blijft de beslissing van de RC tot onmiddellijke invrijheidstelling van verdachte in stand.
Uitkomst: Het hoger beroep van de officier van justitie wordt verworpen en de onrechtmatige inverzekeringstelling blijft gehandhaafd.