ECLI:NL:RBBRE:2009:BK6116
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- S.A.M.L. Van den Bosch-van de Sande
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boete en terugvordering WW-uitkering wegens onjuiste invordering en ontbreken subjectief verwijt
Eiser ontving van november 2002 tot oktober 2006 een WW-uitkering en is vanaf april 2005 als zelfstandige gaan werken. Verweerder herzag de uitkering en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug, waarbij een boete werd opgelegd wegens het niet volledig opgeven van gewerkte uren. Eiser voerde aan dat hij niet wist dat indirecte uren moesten worden opgegeven en stelde dat hij te goeder trouw was.
De rechtbank oordeelt dat eiser de informatieplicht heeft geschonden omdat hij alleen declarabele uren opgaf, terwijl ook indirecte uren relevant zijn. Dit was hem redelijkerwijs duidelijk, mede door ontvangst van een brochure. Echter, er is geen subjectief verwijt aan eiser toe te rekenen omdat het onderscheid tussen declarabele en indirecte uren niet evident is en eiser nauwkeurig zijn werkbriefjes invulde.
De rechtbank vernietigt daarom de boete. Daarnaast is het besluit over de terugvordering vernietigd voor zover het de wijze van invordering betreft, omdat verweerder geen volledige heroverweging heeft gemaakt en de betalingsregeling niet in overleg met eiser is overeengekomen. De rechtbank draagt verweerder op een nieuw besluit te nemen en veroordeelt verweerder tot vergoeding van het griffierecht.
Uitkomst: De boete wordt vernietigd en het besluit over de terugvordering wordt vernietigd voor wat betreft de invordering, met opdracht tot hernieuwde besluitvorming.