ECLI:NL:RBBRE:2009:BK6383
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Ontheffing verkoop meubels op bedrijventerrein ondanks bestemmingsplanverbod
Het college van burgemeester en wethouders van Baarle-Nassau verleende ontheffing op grond van artikel 3.23 Wro voor de verkoop van meubels vanuit een pand op een bedrijventerrein waar detailhandel volgens het bestemmingsplan niet is toegestaan. Meubels werden niet aangemerkt als volumineuze goederen, waardoor geen binnenplanse vrijstelling mogelijk was. Verzoeksters, concurrenten gevestigd in het centrum, voerden aan dat de ontheffing in strijd was met het bestemmingsplan en provinciaal beleid, en dat verweerder geen beleid had voor dergelijke ontheffingen.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verweerder bevoegd was de ontheffing te verlenen en dat hij dit in redelijkheid had gedaan, mede omdat meubelzaken objectief vergelijkbaar zijn met andere volumineuze detailhandel zoals keuken- en sanitairbedrijven. Het ontbreken van specifiek beleid en het afwijken van het bestemmingsplan was niet onredelijk. Tevens was niet aannemelijk dat de vestiging van de meubelzaak zou leiden tot een duurzame ontwrichting van het lokale voorzieningenniveau.
Daarom werden de beroepen ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen. De uitspraak is gedaan door rechter C.A.F. van Ginneken op 2 december 2009 en afschrift werd verzonden op 10 december 2009.
Uitkomst: De beroepen tegen de verleende ontheffing zijn ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening is afgewezen.