ECLI:NL:RBBRE:2009:BK8853
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Warnaar
- Rechtspraak.nl
Terugwijzing kind bij ongeoorloofde overbrenging naar België op grond van het Kinderontvoeringsverdrag
Partijen zijn gescheiden en hebben gezamenlijk gezag over hun minderjarige kind, wiens hoofdverblijf bij de man is vastgesteld. De vrouw heeft het kind na een vakantie in België achtergehouden, zonder instemming van de man, wat wordt aangemerkt als ongeoorloofde overbrenging volgens het Kinderontvoeringsverdrag.
De man vordert in kort geding de onmiddellijke terugkeer van het kind naar Nederland, terwijl de vrouw verzoekt om het voorlopige hoofdverblijf bij haar te bepalen. De vrouw voert aan dat het kind niet terug wil vanwege een onveilige thuissituatie bij de man, maar dit is onvoldoende onderbouwd.
De voorzieningenrechter oordeelt dat de vrouw gehandeld heeft in strijd met het gezagsrecht en dat de terugkeer van het kind gelast moet worden. Er is geen sprake van een ernstig risico voor het kind bij terugkeer en het verzet van het kind is niet zwaarwegend genoeg om terugkeer te weigeren. De vrouw wordt veroordeeld tot terugbrengen binnen 24 uur, met een dwangsom bij niet-naleving, en haar vordering wordt afgewezen.
Uitkomst: De vrouw wordt gelast het kind binnen 24 uur terug te brengen naar de man, met een dwangsom bij niet-naleving.