ECLI:NL:RBBRE:2009:BL9450
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank vernietigt niet-ontvankelijkverklaring bezwaar vennootschapsbelasting 2005
Belanghebbende werd door de inspecteur uitgenodigd om aangifte vennootschapsbelasting over 2005 te doen, maar voldeed hier niet aan ondanks aanmaningen. De inspecteur stelde vervolgens ambtshalve een aanslag vast en legde ook een verzuimboete op. Belanghebbende diende binnen de bezwaarperiode een bezwaarschrift in, waarin zij bezwaar maakte tegen de ambtshalve aanslag en uitstel van betaling vroeg. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van een motivering.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaarschrift wel degelijk uitdrukking gaf aan het bezwaar tegen de aanslag en dat een summiere motivering in dit geval toereikend was, omdat de aanslag ambtshalve was vastgesteld zonder nadere motivering. Daarom was de niet-ontvankelijkverklaring onterecht. De rechtbank vernietigde de uitspraak op bezwaar en wees de zaak terug naar de inspecteur voor een volledige herbehandeling van het bezwaar en de verzuimboete.
Daarnaast veroordeelde de rechtbank de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten van belanghebbende en het griffierecht. Partijen werd gewezen op de mogelijkheid tot hoger beroep bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het bezwaar van belanghebbende tegen de ambtshalve vastgestelde aanslag vennootschapsbelasting 2005 is gegrond verklaard en de niet-ontvankelijkverklaring vernietigd.