ECLI:NL:RBBRE:2009:BM7254
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- mrs. Pulskens
- Van Noort
- Scheij
- Rechtspraak.nl
Onderhoudsplicht vrouwelijke levensgezel bij verwekking kinderen buiten huwelijk
In deze zaak verzocht X de rechtbank Breda om vaststelling van een onderhoudsbijdrage door Y, haar vrouwelijke levensgezel, voor hun minderjarige kinderen. X baseerde haar verzoek op artikel 1:394 BW Pro, dat onderhoudsplicht toekent aan de mannelijke levensgezel die instemt met de daad van verwekking, maar stelde dat deze bepaling in strijd is met artikel 26 van Pro het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten (IVBPR) en daarom ook op haar vrouwelijke levensgezel van toepassing moet zijn.
De rechtbank constateerde dat X en Y sinds 1990 een affectieve relatie hadden en samenleefden, waarbij Y instemde met de daad die leidde tot de geboorte van de kinderen via een anonieme donor. Y had ook de kinderen aangegeven bij de burgerlijke stand en zou voogd worden bij overlijden van X. De rechtbank overwoog dat de maatschappelijke en wettelijke ontwikkelingen de gelijkheid van samenlevingsvormen en de rechten van kinderen uit dergelijke relaties ondersteunen.
De rechtbank oordeelde dat de beperking van artikel 1:394 BW Pro tot mannelijke levensgezellen geen objectieve en redelijke rechtvaardiging meer heeft en in strijd is met artikel 26 IVBPR Pro. Daarom werd deze beperking buiten toepassing gelaten en werd Y onderhoudsplichtig jegens de minderjarige kinderen. Het verzoek tot vaststelling van een onderhoudsbijdrage van €250 per maand per kind werd toegewezen met ingang van de datum van het verzoek.
Uitkomst: De rechtbank legt onderhoudsplicht op aan de vrouwelijke levensgezel en wijst het verzoek tot onderhoudsbijdrage toe.