ECLI:NL:RBBRE:2009:BM9917
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank Breda wijst proceskostenvergoeding toe na intrekking beroep wegens ambtshalve vermindering aanslag
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een ambtshalve opgelegde aanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2004. De inspecteur verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk, waarna belanghebbende beroep instelde bij de rechtbank Breda. Tijdens de procedure werd de aanslag ambtshalve verminderd door de inspecteur. Hierop trok belanghebbende het beroep in en verzocht om vergoeding van proceskosten.
De rechtbank overwoog dat op grond van artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) proceskosten kunnen worden toegekend indien het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener tegemoet is gekomen. De rechtbank stelde vast dat de ambtshalve vermindering van de aanslag als een materiële tegemoetkoming geldt, ook al was het beroep ingetrokken.
De inspecteur voerde aan dat de procedure voorkomen had kunnen worden en dat de kosten daarom niet vergoed behoefden te worden. De rechtbank verwierp dit standpunt, stellende dat de noodzaak tot het instellen van beroep niet uitsluitend voortvloeide uit de handelwijze van belanghebbende. De rechtbank wees de proceskostenvergoeding van € 644 toe, gebaseerd op het forfaitaire bedrag voor beroepsmatig verleende rechtsbijstand volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht.
Ten slotte wees de rechtbank erop dat het griffierecht door de Staat moet worden vergoed aan belanghebbende zonder dat de belastingrechter daarover een beslissing hoeft te nemen. De rechtbank veroordeelde de inspecteur in de proceskosten en wees de Staat aan als de rechtspersoon die deze vergoeding moet betalen.
Uitkomst: De rechtbank veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van € 644 na intrekking van het beroep wegens ambtshalve vermindering van de aanslag.