ECLI:NL:RBBRE:2009:BO5664
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boetebeschikking naheffingsaanslag belasting personenauto’s en motorrijwielen
Belanghebbende was houder van een bestelauto die niet voldeed aan de wettelijke eisen omdat de tussenwand tussen cabine en laadruimte ontbrak. Hierdoor werd de belasting op personenauto’s en motorrijwielen nageheven tegen het hogere tarief voor personenauto’s. De rechtbank oordeelt dat de naheffing terecht is opgelegd op grond van de Wet BPM en de Algemene wet inzake rijksbelastingen, ongeacht de intentie van belanghebbende.
Belanghebbende stelde dat het herstelbeleid van de staatssecretaris van Financiën toegepast had moeten worden, maar de rechtbank concludeert dat dit beleid in deze situatie niet van toepassing is. Ook het beroep op het evenredigheidsbeginsel faalt omdat de wettelijke regeling geen rekening houdt met de duur van het gebruik of de combinatie met motorrijtuigenbelasting.
Ten aanzien van de opgelegde boete oordeelt de rechtbank dat het feitelijk dezelfde situatie betreft als in een andere procedure met betrekking tot motorrijtuigenbelasting. Omdat belanghebbende hierdoor dubbel wordt beboet, wordt de boetebeschikking vernietigd en het beroep daarop gegrond verklaard. Het beroep tegen de naheffingsaanslag wordt ongegrond verklaard. De rechtbank gelast vergoeding van het betaalde griffierecht.
Uitkomst: De boetebeschikking wordt vernietigd en het beroep daarop gegrond verklaard; het beroep tegen de naheffingsaanslag wordt ongegrond verklaard.