ECLI:NL:RBBRE:2009:BP2615
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.A. den Hartog
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag en aftrekposten inkomstenbelasting 2004
Belanghebbende maakte bezwaar tegen een navorderingsaanslag inkomstenbelasting en premie volksverzekeringen over 2004, waarbij onder meer de aftrek van kosten levensonderhoud, het voordeel uit eigen woning, en aftrek van buitengewone uitgaven aan de orde waren.
De rechtbank oordeelde dat de navorderingsaanslag terecht was opgelegd, ondanks het ontbreken van een nieuw feit, omdat de inspecteur tijdig en duidelijk had aangegeven dat de oorspronkelijke aanslag onjuist was vastgesteld. De aftrek van kosten levensonderhoud werd wettelijk beperkt tot € 3.960, en het voordeel uit eigen woning werd op het juiste bedrag vastgesteld.
Verder werd geoordeeld dat kosten voor inning van huurpenningen niet aftrekbaar zijn binnen de regeling voor eigen woning, en dat de door belanghebbende opgevoerde buitengewone uitgaven onvoldoende waren onderbouwd om aftrek te rechtvaardigen.
Ten slotte wees de rechtbank het verzoek om proceskosten- en schadevergoeding af en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de navorderingsaanslag inkomstenbelasting 2004 wordt ongegrond verklaard.