ECLI:NL:RBBRE:2009:BP2634
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Navorderingsaanslag inkomstenbelasting persoonsgebonden budget niet gegrond verklaard
Belanghebbende ontving in 2002 een persoonsgebonden budget van €26.798 dat niet in haar aangifte inkomstenbelasting was opgenomen. De inspecteur legde daarop een navorderingsaanslag op om dit bedrag alsnog te belasten. Het geschil betrof de vraag of belanghebbende te kwader trouw was, wat een vereiste is voor navordering zonder nieuw feit.
De rechtbank oordeelde dat de inspecteur onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat belanghebbende bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat de inspecteur de juiste inlichtingen werden onthouden. De zorgovereenkomst vermeldde niet uitdrukkelijk dat het budget belast was, en de jaaropgave van de Sociale Verzekeringsbank gaf aan dat geen inhoudingsplicht bestond, wat niet automatisch belastbaarheid impliceert.
Belanghebbende liet haar aangiften door een adviseur verzorgen en kon geen kwade trouw worden verweten. Het feit dat het budget vanaf 2005 wel werd aangegeven, deed hieraan niet af. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de navorderingsaanslag en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt gegrond verklaard en de navorderingsaanslag vernietigd wegens het ontbreken van kwade trouw.