ECLI:NL:RBBRE:2009:BV6660
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op aftrek voorbelasting bij onduidelijke leverancier en onjuiste tenaamstelling factuur
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen een naheffingsaanslag omzetbelasting over de periode 2002-2006, waarbij de inspecteur de aftrek van voorbelasting op drie facturen betwistte. De facturen betroffen onder meer de aanschaf van fokteven, reuen, een tractor en machines. De inspecteur stelde dat de facturen niet voldeden aan de eisen van artikel 35a van de Wet op de omzetbelasting 1968, omdat niet duidelijk was wie de leverancier was en de tenaamstelling van de factuur onjuist was.
De rechtbank overwoog dat de facturen als leverancier een natuurlijke persoon noemden, terwijl de daadwerkelijke leverancier mogelijk een van twee vennootschappen was, beide eigendom van dezelfde persoon. Hierdoor bestond twijfel over de identiteit van de ondernemer die de levering verrichtte. Ook was de factuur gericht aan een persoon die sinds 2003 geen onderdeel meer uitmaakte van belanghebbende, waardoor de tenaamstelling van de afnemer onjuist was.
Gelet op deze feiten oordeelde de rechtbank dat belanghebbende niet kon vertrouwen op de facturen als basis voor aftrek van de omzetbelasting. De naheffingsaanslag werd daarom terecht opgelegd en het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende tegen de naheffingsaanslag omzetbelasting wordt ongegrond verklaard.