ECLI:NL:RBBRE:2010:BK8267
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot ontbinding arbeidsovereenkomst na opzegging met ontslagvergunning
Werknemer, sinds 1974 in dienst bij De Witte Molen B.V. als magazijnbediende, verzocht de kantonrechter om ontbinding van zijn arbeidsovereenkomst op grond van een verandering in omstandigheden. De arbeidsovereenkomst was eerder door de werkgever opgezegd met gebruikmaking van een ontslagvergunning vanwege bedrijfseconomische redenen, met een opzegtermijn tot 31 maart 2010.
Werknemer stelde dat de opzegging een onzekere en stresserende situatie veroorzaakte en dat hij een zwaarwegend belang had om op korte termijn zekerheid te krijgen over de materiële en financiële gevolgen. De werkgever betwistte het verzoek en stelde dat er geen bijzondere omstandigheden waren die een tussentijdse ontbinding rechtvaardigen, en dat de werknemer een schadevergoeding kan vorderen op grond van kennelijk onredelijk ontslag.
De kantonrechter verwees naar een recente uitspraak van de Hoge Raad waarin is bepaald dat een ontbinding slechts kan worden toegewezen indien sprake is van een zodanige verandering in omstandigheden dat billijkheidshalve eerder dan de opzegdatum ontbinding moet plaatsvinden. Het verzoek werd afgewezen omdat de door werknemer aangevoerde omstandigheden niet aan deze maatstaf voldoen.
Partijen konden tijdens de mondelinge behandeling geen minnelijke regeling bereiken, en de kantonrechter bepaalde dat ieder zijn eigen proceskosten draagt. Werknemer werd geadviseerd een vordering wegens kennelijk onredelijk ontslag in te stellen voor verdere compensatie.
Uitkomst: Het verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wordt afgewezen omdat geen zodanige verandering in omstandigheden is aangetoond.