ECLI:NL:RBBRE:2010:BK8577
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.L.L. Poeth
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek huurdersorganisatie tot beperking huurverhoging wegens geen beleidswijziging
De huurdersorganisatie HBV verzocht de kantonrechter op grond van artikel 8 lid 3 Wohv Pro te bepalen dat verhuurder Vesteda de aangekondigde huurverhoging per 1 juli 2009 van 4%, inclusief een opslag van 2%, niet mocht uitvoeren. HBV stelde dat Vesteda onvoldoende rekening hield met de financiële situatie van huurders en dat de opslag niet redelijk was. Vesteda voerde aan dat de huurprijsverhoging contractueel was overeengekomen en redelijk was, en dat de aankondiging geen wijziging van het huurprijsbeleid betrof.
De kantonrechter oordeelde dat de Wet op het overleg huurders verhuurder (Wohv) vooral procedureregels bevat en dat een huurdersorganisatie slechts marginaal beleidsvoornemens kan laten toetsen. Er was geen sprake van een wijziging van het huurprijsbeleid, maar van de vaststelling en kenbaarmaking daarvan. Daarom kon het verzoek van HBV niet slagen. Ook de bezwaren van HBV tegen de opslag van 2% werden niet gegrond verklaard, omdat Vesteda redelijk had gehandeld en haar belangen mocht laten prevaleren.
De kantonrechter concludeerde dat de huurdersorganisatie geen bevoegdheid had om het beleid omtrent de opslag te wijzigen en dat de aangekondigde huurverhoging niet onredelijk of onbillijk was. Het verzoek werd afgewezen en de proceskosten werden gecompenseerd, zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het verzoek van de huurdersorganisatie tot beperking van de huurverhoging wordt afgewezen omdat geen sprake is van een wijziging van het huurprijsbeleid.