ECLI:NL:RBBRE:2010:BK8857
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep gegrond tegen niet tijdig beslissen op bezwaar omzetbelasting
Belanghebbende heeft bezwaar gemaakt tegen de aanslag omzetbelasting over augustus 2001 en later beroep ingesteld tegen het niet tijdig doen van uitspraak op dit bezwaar. De inspecteur heeft niet binnen de wettelijke termijn beslist, ondanks ingebrekestelling door belanghebbende.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De inspecteur wordt opgedragen binnen twee weken alsnog uitspraak te doen op het bezwaar, onder dreiging van een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000.
Daarnaast veroordeelt de rechtbank de inspecteur tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van belanghebbende. De uitspraak is gedaan zonder zitting, omdat het beroep duidelijk gegrond is.
De zaak betreft de toepassing van de Wet dwangsom en beroep bij niet tijdig beslissen en de Algemene wet bestuursrecht, waarbij de rechtbank de wettelijke beslistermijn en ingebrekestelling heeft getoetst.
Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en legt een dwangsom op aan de inspecteur om binnen twee weken alsnog uitspraak te doen op het bezwaar.