ECLI:NL:RBBRE:2010:BL2060

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
1 februari 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
584163 ov 10-209
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • J.J. Minnaar
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 4:209 BWArt. 17 Fw
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing vereffening nalatenschap wegens geringe baten en publicatie via internet toegestaan

De kantonrechter van de rechtbank Breda heeft op 1 februari 2010 uitspraak gedaan over een verzoek tot opheffing van de vereffening van de nalatenschap van een overledene die op 15 april 2009 is overleden. De afwikkelingsbewindvoerder verzocht op grond van artikel 4:209 BW Pro om opheffing van de vereffening vanwege de geringe waarde van de baten in verhouding tot de schulden.

De kantonrechter oordeelde dat de baten van de nalatenschap zo gering zijn dat opheffing van de vereffening gerechtvaardigd is. Hoewel de wet voorschrijft dat de opheffing gepubliceerd moet worden in de Staatscourant en twee nieuwsbladen, werd dit vanwege de hoge kosten niet voorgeschreven. In plaats daarvan werd bekendmaking via internet (rechtspraak.nl) toegestaan, wat een even goede of betere informatievoorziening aan belanghebbenden biedt zonder extra kosten.

Daarnaast werd verzocht om vrijstelling van griffierechten, welke ook werd toegewezen. De reeds gemaakte vereffeningkosten werden vastgesteld op € 2.500 en ten laste van de boedel gebracht. De beschikking kan binnen drie maanden worden aangevochten door belanghebbenden. De uitspraak benadrukt een moderne interpretatie van publicatievereisten in het erfrecht, rekening houdend met digitale toegankelijkheid.

Uitkomst: De vereffening van de nalatenschap wordt opgeheven en publicatie via internet toegestaan zonder griffierechten.

Uitspraak

RECHTBANK BREDA
Sector kanton
Locatie Bergen op Zoom
zaak/rolnr.: 584163 OV VERZ 10-209
beschikking d.d. 1 februari 2010 op een verzoek tot opheffing ex artikel 4:209 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW)
ingediend door:
mr. Cornelia Anna Maria de Witte-Willemse, kandidaat-notaris werkzaam ten kantore van E&L notarissen te 4872 LA Etten-Leur, Bredaseweg 159,
afwikkelingsbewindvoerder in de nalatenschap van:
[Erflater]
laatstelijk gewoond hebbende te [adres],
overleden te Bergen op Zoom op 15 april 2009,
nader te noemen ´erflater´.
1. Het verloop van het geding
De procesgang blijkt uit de volgende stukken:
a. het op 4 januari 2010 ter griffie ontvangen verzoekschrift, met bijlagen;
b. de brief d.d. 26 januari 2010 houdende de mededeling dat afgezien wordt van het recht om op het verzoek te worden gehoord.
2. Het verzoek
2.1 Verzoekster, in haar hoedanigheid van afwikkelingsbewindvoerder, verzoekt op grond van het bepaalde in artikel 4:209 BW Pro opheffing van de vereffening te bevelen, vanwege de geringe waarde van de baten van de nalatenschap. Voorts verzoekt zij naar analogie van artikel 17 Fw Pro de griffierechten ten laste van de Staat te laten komen, alsmede vrijstelling van de verplichting tot publicatie van de opheffing.
2.2 Ter onderbouwing van het verzoek is een vermogensbeschrijving overgelegd.
2.3 Verzoekster en de overige erfgenamen hebben afgezien van verhoor door de kantonrechter.
3. De beoordeling
3.1 De kantonrechter is van oordeel dat voldoende is komen vast te staan dat de waarde van
de baten van de nalatenschap zodanig gering is, dat er -gelet op de waarde van de schulden-
aanleiding is om de opheffing van de vereffening te bevelen.
3.2 De wet bepaalt dat deze opheffing dient te worden gepubliceerd. Nu er vrijwel geen baten zijn, wordt geoordeeld dat het in niemands belang is om daarvoor nog kosten te maken. Omdat de nalatenschap beneficiair aanvaard is zouden de kosten van publicatie voor rekening van het budget voor de rechtspraak komen, dus voor rekening van de Staat. Nu geen publicatie heeft plaatsgevonden van het vereffenaarschap en er ook verder geen dwingende noodzaak bestaat voor de -kostbare- wettelijk voorgeschreven wijze van bekendmaking (publicatie in de Staatscourant en advertentie in twee nieuwsbladen), zal deze niet worden voorgeschreven. De belanghebbenden kunnen immers ook op een andere wijze, namelijk via internet, worden geïnformeerd, hetgeen iedere belanghebbende een even goede, wellicht betere, mogelijkheid geeft om de financiële situatie van de nalatenschap te kunnen inzien. Dit brengt ook geen nieuwe kosten met zich mee. De bekendmaking van de beschikking zal plaatsvinden op rechtspraak.nl/uitspraken. Deze wijze van bekendmaking komt in de huidige tijd met internet beter tegemoet aan de bedoeling van de wetgever, dan met de publicatiemiddelen uit de tijd waarin het huidige erfrecht werd ontworpen, toen de toegang tot internet nog niet algemeen was. Verzoekster zal daarom worden ontheven van de wettelijke publicatieplicht.
3.3 In het verlengde van hetgeen hiervoor is overwogen zullen geen griffierechten berekend worden.
3.3 De kantonrechter zal de vereffeningkosten, conform de opgave van verzoekster, vaststellen op € 2.500,=.
3.4 De griffier zal zorg dragen voor inschrijving van de opheffing van de vereffening in het boedelregister.
4. De beslissing
De kantonrechter:
- beveelt de opheffing van de vereffening van de nalatenschap van erflater;
- stelt de reeds gemaakte vereffeningkosten vast op € 2.500,= en brengt deze kosten ten laste van de boedel;
- verstaat dat deze beschikking bekend gemaakt zal worden door plaatsing op rechtspraak.nl/uitspraken;
- wijst af hetgeen meer of anders is verzocht.
Deze beschikking is gegeven door mr. J.J. Minnaar, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 1 februari 2010, in tegenwoordigheid van de griffier.
Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld:
door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van deze beschikking is verstrekt of verzonden: binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
door andere belanghebbenden: binnen drie maanden na de betekening van de beschikking of nadat deze hun op andere wijze bekend is geworden.
Het beroepschrift moet door tussenkomst van een advocaat worden ingediend bij het gerechtshof te 's Hertogenbosch.