ECLI:NL:RBBRE:2010:BL3502
Rechtbank Breda
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging sluitingsbesluit restaurant wegens ontbreken verwijtbaarheid exploitant
Verzoeker exploiteert sinds 1993 een restaurant waar op 9 mei 2009 tijdens een politiecontrole handelshoeveelheden harddrugs zijn aangetroffen bij twee bezoekers. Verweerder, de burgemeester van Breda, besloot het pand op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor twaalf maanden te sluiten. Verzoeker maakte bezwaar en stelde dat het besluit onrechtmatig was omdat hij niet verwijtbaar was en het besluit disproportioneel was.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het beleid van verweerder inhoudt dat alleen tot sluiting wordt overgegaan als sprake is van enige mate van verwijtbaarheid van de exploitant of eigenaar. Verweerder heeft niet aannemelijk gemaakt dat verzoeker wist of had moeten weten van de drugs bij zijn klanten. Anonieme informatie van de Criminele Inlichtingen Eenheid is onvoldoende bewijs.
Het besluit is daarom in strijd met het eigen beleid genomen en wordt vernietigd. De voorzieningenrechter herroept het primaire besluit en wijst het verzoek om voorlopige voorziening af. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan verzoeker.
Uitkomst: Het besluit tot sluiting van het restaurant wordt vernietigd wegens ontbreken van verwijtbaarheid van de exploitant.