ECLI:NL:RBBRE:2010:BL4467
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling aanslag recht van overgang bij niet-ingezetene met Nederlandse onroerende zaken
De rechtbank Breda behandelde een geschil over de aanslag in het recht van overgang van een nalatenschap waarbij de erflater niet in Nederland woonde, maar Nederlandse onroerende zaken bezat. De echtgenote, als erfgenaam, vorderde toepassing van de hoge vrijstelling voor echtgenoten, terwijl de inspecteur dit ontkende. De rechtbank oordeelde dat de vrijstelling van artikel 32 lid 1 sub Pro 4 onder a Successiewet 1956 niet geldt voor niet-ingezetenen en dat dit niet in strijd is met Europees recht, omdat niet is gesteld dat de Nederlandse onroerende zaken het belangrijkste deel van de nalatenschap vormen.
Daarnaast was in geschil of de inspecteur de berekening van het recht van overgang correct had uitgevoerd, met name de toepassing van de rechtsregel uit de zaak Arens-Sikken. De rechtbank bevestigde dat de inspecteur de berekening juist had toegepast door het recht van overgang te beperken tot het bedrag dat verschuldigd zou zijn geweest als de erflater in Nederland had gewoond. De aanslag werd verminderd en het beroep werd ongegrond verklaard.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door een meervoudige belastingkamer van de rechtbank Breda op 8 februari 2010 en partijen kunnen binnen zes weken hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aanslag recht van overgang blijft in stand.