ECLI:NL:RBBRE:2010:BL4468
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkstelling voor onbetaalde vennootschapsbelasting na verkoop aandelen en vermogensvermindering
Belanghebbende was directeur en enig aandeelhouder van een vennootschap die een bedrijfspand bezat en verkocht. Na verkoop van de aandelen aan een derde partij, die de rekening-courantschuld overnam, daalde het vermogen van de vennootschap aanzienlijk door onzakelijk handelen van de koper.
De inspecteur legde een navorderingsaanslag vennootschapsbelasting 2003 op, die onbetaald bleef. Belanghebbende werd aansprakelijk gesteld op grond van artikel 40 Invorderingswet Pro 1990. Hij voerde aan dat hij niet aansprakelijk was omdat het vermogensverlies niet aan hem te wijten was en stelde een disculpatiemogelijkheid in.
De rechtbank oordeelde dat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde dat het vermogensverlies niet aan hem te wijten was. De verkoop vond plaats tegen een hoge prijs en het risico van leegtrekking van de vennootschap was hem bekend. Ook stelde hij geen zekerheid in de zin van de wet. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de aansprakelijkstelling voor onbetaalde vennootschapsbelasting wordt bevestigd.