ECLI:NL:RBBRE:2010:BL6088
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op heffingsvrij vermogen voor Duitse inwoner zonder binnenlandse belastingplicht
Belanghebbende, een inwoner van Duitsland met Nederlandse beleggingen in fiscaal transparante vastgoedfondsen, verzocht om aftrek van het heffingsvrije vermogen in zijn aangifte inkomstenbelasting 2007. De inspecteur wees dit af omdat belanghebbende niet binnenlands belastingplichtig is. De rechtbank bevestigt dit oordeel en verklaart het beroep ongegrond.
De kern van het geschil betreft de uitleg van artikel 56 EG Pro-Verdrag en de vraag of het heffingsvrije vermogen een brongebonden aftrekpost is. De rechtbank stelt vast dat het heffingsvrije vermogen een algemene aftrekpost is, bedoeld voor alle belastingplichtigen, en niet specifiek gekoppeld is aan bepaalde vermogensbestanddelen. Dit betekent dat een niet-ingezetene zonder binnenlandse belastingplicht hier geen aanspraak op kan maken.
De rechtbank verwijst naar jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen die onderscheid maakt tussen ingezetenen en niet-ingezetenen, waarbij uitzonderingen op deze regel slechts onder strikte voorwaarden gelden. Belanghebbende voldoet niet aan deze uitzonderingen. De rechtbank volgt de inspecteur en wijst het beroep af zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van de Duitse inwoner tegen de weigering van het heffingsvrije vermogen wordt ongegrond verklaard.