ECLI:NL:RBBRE:2010:BL6160
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- W. Brouwer
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- M.J.G.A.M. Weerepas
- Rechtspraak.nl
Zakelijkheid van leningen tussen moeder- en dochtervennootschap en afwaardering vordering
X BV heeft leningen verstrekt aan haar dochtervennootschap Y BV zonder zekerheden of schriftelijke leningsovereenkomsten, terwijl Y BV deze gelden doorleende aan een Turkse derde partij. In 2005 waardeerde Y BV haar vordering op de Turkse vennootschap af vanwege de gevolgen van de Golfoorlog, waarna X BV haar vordering op Y BV eveneens afwaardeerde.
De inspecteur corrigeerde deze afwaardering, stellende dat de leningen onzakelijk waren vanwege het ontbreken van zekerheden, een leningakte en een aflossingsschema. De rechtbank oordeelde dat deze omstandigheden op zichzelf onvoldoende zijn om onzakelijkheid aan te nemen, mede omdat de leningen zijn verstrekt toen de vooruitzichten goed waren en Y BV als doorgeefluik fungeerde.
De rechtbank achtte aannemelijk dat X BV de leningen ook als niet-aandeelhouder zou hebben verstrekt, en dat de rente van 5% niet onzakelijk laag was. De gevolgen van de Golfoorlog leidden ertoe dat de Turkse vennootschap niet aan haar verplichtingen kon voldoen, wat de afwaardering rechtvaardigde.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde de uitspraak op bezwaar, stelde het verlies vast op €758.851 en veroordeelde de inspecteur in de proceskosten. De afwaardering van de vordering op Y BV werd als terecht erkend.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en stelt de afwaardering van de vordering op Y BV in 2005 als terecht vast.