ECLI:NL:RBBRE:2010:BL6909
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling VAR-verklaring voor onderwijswerkzaamheden als loon uit dienstbetrekking
Belanghebbende, werkzaam als freelance docent en organisator van sportcursussen, verzocht om een VAR-verklaring voor zijn onderwijsactiviteiten bij een hogeschool. De inspecteur gaf een VAR loon uit dienstbetrekking af, omdat niet was aangetoond dat deze werkzaamheden onderdeel waren van een onderneming.
De rechtbank stelt vast dat onderwijsactiviteiten binnen reguliere opleidingen doorgaans onder een dienstbetrekking vallen, gezien de gezagsverhouding, persoonlijke arbeidsverplichting en loonbetaling. Belanghebbende werd ingeroosterd en moest persoonlijk lesgeven, wat duidt op een dienstbetrekking.
Hoewel belanghebbende stelde dat hij niet vrij was zich te laten vervangen en een vast uurloon ontving, maakte hij niet aannemelijk dat zijn onderwijsactiviteiten onderdeel waren van een onderneming. De overige activiteiten, zoals sportcursussen en werkzaamheden via eigen BV's, stonden te ver af van de onderwijsactiviteiten om als één onderneming te gelden.
Het eerdere boekenonderzoek uit 2006, dat de activiteiten als winst uit onderneming kwalificeerde, hield geen rekening met de latere werkzaamheden via vennootschappen. De rechtbank concludeert dat er geen rechtens te honoreren vertrouwen bestond op een VAR WUO in 2009.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigt zij de afgifte van de VAR loon uit dienstbetrekking.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de VAR loon uit dienstbetrekking.