ECLI:NL:RBBRE:2010:BL6949
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bevestiging integratieheffing omzetbelasting bij tussenschakeling BV voor bouw kantoorpand
Belanghebbende verwierf grond en schakelde een gelieerde BV in als formele opdrachtgever voor de bouw van een nieuw hoofdkantoor. De vraag was of de integratieheffing omzetbelasting volgens artikel 3, derde lid, onderdeel b van de Wet OB in strijd is met de Zesde richtlijn en of de heffingsmaatstaf moest worden vastgesteld op de lagere aanneemsom van de BV of de werkelijke bouwkosten.
De rechtbank oordeelde dat de integratielevering niet in strijd is met de Zesde richtlijn en dat de tussenschakeling van de BV geen reële functie had behalve het behalen van fiscaal voordeel. Het tussenschakelen leidde tot een lagere aanneemsom, maar dit werd aangemerkt als misbruik van recht volgens het arrest Halifax. Omdat al omzetbelasting was geheven over de hogere werkelijke bouwkosten, was herdefiniëring niet nodig.
Het beroep van belanghebbende werd ongegrond verklaard en de heffing van omzetbelasting bleef gebaseerd op de werkelijke voortbrengingskosten. De rechtbank wees proceskostenveroordeling af. De uitspraak bevestigt de toepassing van integratieheffing bij bouw via een gelieerde BV en benadrukt het verbod op misbruik van recht bij fiscale constructies.
Uitkomst: Het beroep van belanghebbende wordt ongegrond verklaard en de heffing van omzetbelasting blijft gebaseerd op de werkelijke bouwkosten.