ECLI:NL:RBBRE:2010:BL7648
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging navorderingsaanslag en boete wegens onvoldoende bewijs omzetverzwijging asperges
Belanghebbende, een tuin- en landbouwondernemer die asperges teelt op gepachte grond in Duitsland, werd geconfronteerd met een navorderingsaanslag, boete en heffingsrente over de jaren 2001 tot en met 2004. De inspecteur baseerde zijn aanslag mede op Duitse informatie over vermeende verkopen aan een Duitse marktkoopman en afwijkingen tussen de administratie en de KWIN-norm voor aspergeopbrengsten.
Tijdens de procedure stelde de rechtbank vast dat de inspecteur onvoldoende bewijs had geleverd dat omzet buiten de administratie was gehouden. De Duitse administratie van de marktkoopman was niet controleerbaar en er ontbraken facturen. Belanghebbende kon de verschillen tussen zijn opbrengsten en de KWIN-norm voldoende verklaren, onder meer door een lager aantal planten per hectare en lagere opbrengst per plant vanwege de Duitse teeltlocatie.
De rechtbank verwierp de stelling van de inspecteur dat belanghebbende een omzetverzwijging had erkend. Ook de opgelegde vergrijpboete en heffingsrente werden vernietigd omdat de navorderingsaanslag onterecht was. De inspecteur werd veroordeeld in de proceskosten van belanghebbende. Het beroep werd gegrond verklaard en de aanslagen vernietigd.
Uitkomst: De navorderingsaanslag, boetebeschikking en heffingsrente worden vernietigd wegens onvoldoende bewijs van omzetverzwijging.