ECLI:NL:RBBRE:2010:BM1552
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheid kantonrechter bij arbeidsgeschil en vaststellingsovereenkomst
De zaak betreft een geschil tussen Trendy B.V. en haar voormalige werknemer over de geldigheid en uitvoering van een vaststellingsovereenkomst en vermeende onrechtmatige handelingen van de werknemer. Trendy vordert onder meer vernietiging van de overeenkomst wegens bedrog en dwaling, schadevergoeding, en een verbod op concurrentie en contact met klanten.
De werknemer betwist de absolute bevoegdheid van de kantonrechter en stelt dat de zaak naar de sector Civiel moet worden verwezen. Trendy stelt dat de kantonrechter bevoegd is op grond van artikel 94 lid 2 Rv Pro, omdat ten minste één vordering een aardvordering betreft die samenhangt met andere vorderingen.
De kantonrechter volgt het standpunt van Trendy en verklaart zich bevoegd. Hij benadrukt het belang van doelmatigheid en het specialisme van de kantonrechter in arbeidsrechtelijke zaken. Voor de hoofdzaak wordt een termijn gegeven voor het indienen van een conclusie van antwoord. Tevens wordt het geschil geschikt geacht voor mediation en partijen worden uitgenodigd om hierover te overleggen.
De kantonrechter veroordeelt de werknemer in de kosten van het incident en houdt verdere beslissingen aan, afhankelijk van de medewerking aan mediation. De zitting vond plaats op 14 april 2010 in aanwezigheid van de griffier.
Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich bevoegd om van het geschil kennis te nemen en verwijst partijen uitdrukkelijk naar mediation.