ECLI:NL:RBBRE:2010:BM2972
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ontbinding huurovereenkomst wegens herhaalde wanbetaling ondanks minimale huurachterstand
In deze zaak staat de ontbinding van een huurovereenkomst centraal vanwege herhaalde wanbetaling door de huurder, aangeduid als opposant. De verhuurder, Stichting Wonen West Brabant (WWB), vorderde betaling van achterstallige huur, ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van de woning. Opposant kwam in verzet tegen het verstekvonnis waarin deze vorderingen grotendeels waren toegewezen.
De rechtbank oordeelde dat hoewel de huurachterstanden telkens minimaal waren, het herhaaldelijk te laat betalen van de huur een tekortkoming vormt die ontbinding rechtvaardigt. Opposant stelde dat er bijzondere woonomstandigheden waren en dat zij niet tijdig de kans had gehad om buitengerechtelijk te betalen, maar dit werd niet voldoende onderbouwd. Ook het persoonlijke woonbelang van opposant en haar zoon woog niet zwaarder dan het recht van WWB op nakoming.
De rechtbank bekrachtigde het verstekvonnis voor wat betreft de ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming en betaling van de huurpenningen vanaf december 2009, vermeerderd met wettelijke rente. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke kosten werd afgewezen. Opposant werd veroordeeld in de proceskosten, waarbij een deel van het griffierecht werd gecorrigeerd vanwege onterecht gevorderde incassokosten.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden wegens herhaalde wanbetaling en opposant wordt veroordeeld tot betaling van huur en wettelijke rente.