ECLI:NL:RBBRE:2010:BM3973
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Kooijman
- Prenger
- Van Roij
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor BTW-carrouselfraude en uitkeringsfraude met gebruik van schijnconstructie
De rechtbank Breda heeft verdachte veroordeeld voor het opzettelijk doen van onjuiste aangiften omzetbelasting en uitkeringsfraude. Verdachte gebruikte de handelsonderneming van zijn zoon als schijnconstructie om BTW-carrouselfraude te plegen, waarbij valse facturen werden opgemaakt voor gefingeerde leveringen van auto's en motoren. In werkelijkheid kocht verdachte de voertuigen rechtstreeks bij buitenlandse leveranciers en liet deze op zijn adres afleveren.
De rechtbank stelde vast dat verdachte feitelijk de ondernemer was en dat zijn zoon slechts als strofiguur diende. Verdachte gaf onjuiste omzetbelastingaangiften op namens de onderneming van zijn zoon, waardoor de fiscus een nadeel van ruim 2 miljoen euro leed. Daarnaast pleegde verdachte uitkeringsfraude door inkomsten uit zijn werkzaamheden niet te melden bij het UWV/GAK.
De rechtbank achtte de verklaringen van medeverdachten en getuigen betrouwbaar en concludeerde dat verdachte bewust handelde. Gezien de ernst van de feiten, het financiële nadeel en de schending van gemeenschapsbelangen, legde de rechtbank een gevangenisstraf op van 27 maanden, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest. De straf werd verlaagd vanwege een termijnoverschrijding van ongeveer twee jaar die niet aan de verdediging kon worden toegerekend.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 27 maanden gevangenisstraf, waarvan 9 maanden voorwaardelijk, wegens BTW-carrouselfraude en uitkeringsfraude.