ECLI:NL:RBBRE:2010:BM6232
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Geschil over naheffingsaanslag loonbelasting en boete voor Poolse seizoensarbeiders in tuinbouwbedrijf
Belanghebbende exploiteert een tuinbouwbedrijf waar onder meer winterprei wordt geteeld. De inspecteur legde een naheffingsaanslag loonbelasting op voor de periode 2000-2002 met betrekking tot Poolse arbeiders die tijdelijk bij belanghebbende verbleven. Belanghebbende had verzekeringen afgesloten voor deze arbeiders en verstrekte hierover onjuiste informatie, wat leidde tot omkering van de bewijslast.
De rechtbank concludeert dat belanghebbende niet heeft aangetoond dat de aanslag onjuist is en dat de inspecteur een redelijke schatting heeft gemaakt van het aantal gewerkte uren en het loon. De boete van 50% van de nageheven belasting wordt gerechtvaardigd geacht vanwege opzettelijke fraude, maar wordt gematigd tot 15.936 euro wegens overschrijding van de redelijke termijn.
Verder oordeelt de rechtbank dat er geen sprake is van formele gebreken of schending van de hoorplicht. De inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht. Het beroep is gegrond voor de boete en ongegrond voor de overige onderdelen.
Uitkomst: De naheffingsaanslag loonbelasting wordt bevestigd en de boete verminderd tot € 15.936 wegens overschrijding redelijke termijn.