ECLI:NL:RBBRE:2010:BM6239
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.A. den Hartog
- W. Brouwer
- A.H.H. Bollen-Vandenboorn
- Rechtspraak.nl
Onverbindendverklaring legesverordening wegens ongelijke behandeling smartshopvergunning
Belanghebbende diende een aanvraag in voor een exploitatievergunning voor een smart- en/of growshop, waarvoor de gemeente een legesbedrag van €3.000 in rekening bracht. Ter vergelijking werd voor een horecavergunning slechts €523 geheven, terwijl de procedure en kosten voor beide vergunningen gelijk zijn.
De rechtbank oordeelt dat er sprake is van ongelijke behandeling van gelijke gevallen zonder voldoende rechtvaardiging door verweerder. Dit leidt tot onredelijke en willekeurige belastingheffing, hetgeen in strijd is met het gelijkheidsbeginsel.
Daarom mist artikel 13.7 van de Legesverordening verbindende kracht en wordt de aanslag leges vernietigd. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
De uitspraak benadrukt dat gemeenten weliswaar beleidsvrijheid hebben bij het vaststellen van heffingsmaatstaven, maar dat deze niet in strijd mogen zijn met algemene rechtsbeginselen zoals het gelijkheidsbeginsel.
Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch.
Uitkomst: De aanslag leges voor de smartshopvergunning wordt vernietigd wegens ongelijke behandeling en strijd met het gelijkheidsbeginsel.