ECLI:NL:RBBRE:2010:BM6355
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vermindering vergrijpboete wegens niet-naleving administratieve bewaarplicht omzetbelasting
Belanghebbende, houdster van alle aandelen in dochterBV die een supermarkt exploiteert, werd geconfronteerd met een naheffingsaanslag omzetbelasting en een vergrijpboete wegens het niet bewaren van digitale kassabonnen over de jaren 2001 tot en met 2005. De inspecteur stelde vast dat omzet was verzwegen, mede gebaseerd op een verklaring van de voormalige bedrijfsleider die aangifte had gedaan van diefstal.
De rechtbank oordeelde dat de digitale kassabonnen essentiële primaire bescheiden zijn die behoren tot de administratie en dat het wissen van deze gegevens door het overschrijven van back-up tapes een schending van artikel 52 AWR Pro vormt. Belanghebbende voerde overmacht aan, maar dit werd verworpen omdat zij zelf verantwoordelijk was voor de administratie en er geen sprake was van een van buiten komend onheil.
De rechtbank concludeerde dat de inspecteur terecht de naheffingsaanslag had opgelegd en dat de vergrijpboete passend was vanwege opzettelijk handelen van de bestuurders. Vanwege een overschrijding van de redelijke termijn werd de boete echter gematigd van €4.283 tot €2.356. Tevens werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De naheffingsaanslag omzetbelasting wordt bevestigd, de vergrijpboete wordt gematigd tot €2.356 en de inspecteur wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.