ECLI:NL:RBBRE:2010:BN1794
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- A.A. den Hartog
- G.H.C. Blommers
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder voor loon- en omzetbelastingschulden van dochteronderneming
Belanghebbende, voormalig bestuurder en aandeelhouder van een holding en indirect bestuurder van een dochteronderneming, werd door de Belastingdienst aansprakelijk gesteld voor naheffingsaanslagen loon- en omzetbelasting van de dochteronderneming die in 2008 failliet werd verklaard. De rechtbank oordeelde dat belanghebbende als bestuurder in de zin van artikel 36 Invorderingswet Pro 1990 moet worden beschouwd, mede omdat de inschrijving bij de Kamer van Koophandel correct was en hij onvoldoende aannemelijk maakte dat hij geen bestuurder was.
Verder stelde de rechtbank vast dat de dochteronderneming niet tijdig melding heeft gedaan van betalingsonmacht, terwijl belanghebbende dit niet aannemelijk heeft kunnen weerleggen. Hierdoor rust op hem de aansprakelijkheid voor de belastingschulden. Ook de stelling dat hij niet aansprakelijk zou zijn voor bepaalde tijdvakken werd verworpen, omdat de loonbelasting ontstaat op het moment van inhouding op het loon.
De rechtbank verklaarde het beroep van belanghebbende gegrond voor zover het de vergoeding van kosten van de bezwaarfase betreft en verordonneerde de ontvanger tot betaling van proceskosten. Voor het overige werd het beroep ongegrond verklaard en bleef de aansprakelijkstelling in stand.
Uitkomst: Belanghebbende is terecht aansprakelijk gesteld voor de belastingschulden van de dochteronderneming tot het juiste bedrag.