ECLI:NL:RBBRE:2010:BN1800
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- A.A. den Hartog
- G.H.C. Blommers
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid dga voor omzetbelastingschulden van dochtervennootschap
Belanghebbende was directeur-grootaandeelhouder (dga) van een holding en werd aansprakelijk gesteld voor de omzetbelastingschulden van een dochtervennootschap. De kern van het geschil betrof de vraag of belanghebbende terecht en tot het juiste bedrag aansprakelijk was gesteld.
De rechtbank stelde vast dat belanghebbende volgens het handelsregister bestuurder was van de holding en dat de holding als bestuurder was ingeschreven van de dochtervennootschap. Hierdoor werd belanghebbende ook als bestuurder van de dochtervennootschap beschouwd. De bewijslast rustte op belanghebbende om aan te tonen dat deze inschrijving onjuist was, wat niet aannemelijk werd gemaakt.
Verder werd vastgesteld dat de dochtervennootschap geen aangiften omzetbelasting had gedaan en de betalingsonmacht niet tijdig had gemeld. Belanghebbende kon het vermoeden dat de niet-betaling aan hem te wijten was niet weerleggen. De rechtbank concludeerde dat belanghebbende terecht aansprakelijk is gesteld voor de belastingschulden, inclusief kosten en rente.
Uitkomst: Belanghebbende is terecht aansprakelijk gesteld voor de omzetbelastingschulden van de dochtervennootschap tot een bedrag van € 6.587.