ECLI:NL:RBBRE:2010:BN2132
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- Alferink
- Prenger
- Bennenbroek
- Rechtspraak.nl
Veroordeling deelneming criminele organisatie en medeplegen handel en uitvoer van hennep, hash en cocaïne
Verdachte werd beschuldigd van deelneming aan een criminele organisatie die zich bezighield met de handel in hennep, hash en cocaïne, alsmede van vier gerelateerde opiumdelicten. De rechtbank achtte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte medepleegde aan deze feiten, mede vanwege zijn actieve rol in de organisatie, het beheer van een winkel als dekmantel, en zijn kennis van de aanwezige drugvoorraad.
De verdediging voerde aan dat verdachte slechts medeplichtig was en niet medepleger, en dat het opzet ontbrak voor het buiten Nederland brengen van drugs. Deze verweren werden verworpen. Uit verklaringen van getuigen en verdachte zelf bleek dat verdachte klanten ontving, doorverwees naar de dealer, drugs inpakte en zelfs tijdelijk drugs opsloeg in zijn woning.
De rechtbank oordeelde dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans aanvaardde dat drugs werden uitgevoerd naar België en Frankrijk. Verdachte werd vrijgesproken van enkele onderdelen van de tenlastelegging, maar veroordeeld voor de hoofdzaken. Gelet op zijn jonge leeftijd, beperkte strafblad en openheid na verhoor, legde de rechtbank een gevangenisstraf van 18 maanden op, waarvan 6 voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.
Daarnaast werden enkele inbeslaggenomen voorwerpen verbeurd verklaard, onttrokken aan het verkeer of teruggegeven aan verdachte. De beslissing is gebaseerd op diverse artikelen uit het Wetboek van Strafrecht en de Opiumwet.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar.