ECLI:NL:RBBRE:2010:BN3284
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- mr. Kooijman
- mr. Prenger
- mr. Oevering
- Rechtspraak.nl
Ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na veroordeling voor mensenhandel en aanzetten tot prostitutie
Veroordeelde is op 23 december 2003 door de meervoudige strafkamer te Breda veroordeeld voor overtreding van artikelen 250a (oud) en 197a Sr, met bewezenverklaring van mensenhandel en aanzetten tot prostitutie in de periode 1 augustus 2001 tot 16 oktober 2002. In deze ontnemingsprocedure wordt beoordeeld of veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten in de periode van 1 januari 1999 tot en met 16 oktober 2002.
De officier van justitie vordert ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van €204.306,-, gebaseerd op een kasopstelling uit een financieel strafrechtelijk onderzoek. De verdediging betwist de omvang van het voordeel en stelt dat veroordeelde legale inkomsten had uit autohandel. De rechtbank oordeelt dat voor de periode 1 januari 1999 tot 31 juli 2001 onvoldoende aannemelijk is dat sprake was van wederrechtelijk verkregen voordeel, mede vanwege de beperkte omvang en de legale inkomsten.
Voor de periode 1 augustus 2001 tot 16 oktober 2002 acht de rechtbank het aannemelijk dat veroordeelde dagelijks gemiddeld drie meisjes in de prostitutie had werken, die de helft van hun verdiensten aan hem afdroegen. Dit oordeel is gebaseerd op gedetailleerde en consistente verklaringen van aangeefsters en verdachten. De rechtbank schat de omzet op basis van een sociaal onderzoek naar prostitutie in 2006 en komt tot een bedrag van €93.525,- als wederrechtelijk verkregen voordeel.
De rechtbank legt veroordeelde de verplichting op tot betaling van dit bedrag aan de staat en wijst de vordering van de officier van justitie voor het meerdere af. De beslissing is genomen door mr. Kooijman, mr. Prenger en mr. Oevering, waarbij laatstgenoemde niet medeondertekende.
Uitkomst: De rechtbank legt een ontnemingsmaatregel van €93.525,- op aan veroordeelde voor wederrechtelijk verkregen voordeel in de periode 1 augustus 2001 tot 16 oktober 2002.