ECLI:NL:RBBRE:2010:BN3676

Rechtbank Breda

Datum uitspraak
28 juli 2010
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
09/4355
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 27d AwbAlgemene wet inzake rijksbelastingenBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
6 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling bezwaar tegen bij beschikking vastgesteld verlies uit werk en woning

Belanghebbende exploiteerde samen met haar echtgenoot een schoonheidssalon in de rechtsvorm van een vennootschap onder firma (vof). Voorheen was de salon een eenmanszaak. In 2006 ontstond een verlies uit werk en woning, vastgesteld door de inspecteur. Belanghebbende maakte bezwaar en beroep tegen de vaststelling van het verlies, stellende dat de winst uit onderneming hoger moest zijn.

De rechtbank oordeelde dat het vaste jurisprudentie is dat bezwaar en beroep tegen een aanslag niet kunnen leiden tot een verhoging van die aanslag en evenmin tegen een bij beschikking vastgesteld verlies tot verlaging van dat verlies. Omdat belanghebbendes bezwaar juist een verlaging van het verlies beoogde, had de inspecteur het bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren in plaats van ongegrond.

De rechtbank verklaarde daarom het beroep gegrond op formele gronden, vernietigde de uitspraak op bezwaar en verklaarde het bezwaar niet-ontvankelijk. Dit leidde niet tot wijziging van het vastgestelde verlies. Daarnaast werd de inspecteur veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht van belanghebbende.

De winstverdeling binnen de vof was overeengekomen waarbij belanghebbende 75% van de overwinst en 10% van het oververlies toekwam. De inspecteur had de winst toegerekend op basis van 80% voor belanghebbende en 20% voor haar echtgenoot. Belanghebbende stelde dat haar winst hoger moest zijn, maar dit werd niet gevolgd.

Tegen deze uitspraak kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te ’s-Hertogenbosch binnen zes weken na verzending.

Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bezwaar niet-ontvankelijk, zonder wijziging van het vastgestelde verlies.

Uitspraak

RECHTBANK BREDA
Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer
Procedurenummer: AWB 09/4355
Uitspraakdatum: 28 juli 2010
Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) juncto artikel 27d van de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR) in het geding tussen
[eiseres], wonende te [woonplaats],
eiseres,
en
de inspecteur van de Belastingdienst/Zuidwest, kantoor Roosendaal,
verweerder.
Eiseres wordt hierna belanghebbende genoemd en verweerder inspecteur.
De bestreden uitspraak op bezwaar
De uitspraak van de inspecteur van 6 oktober 2009 op het bezwaar van belanghebbende tegen het bij beschikking vastgestelde verlies uit werk en woning over het jaar 2006 van € 6.797 (aanslagnummer [aanslagnummer].H66).
Zitting
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 14 juli 2010.
Aldaar zijn verschenen en gehoord, belanghebbende, vergezeld van zijn gemachtigde, [gemachtigde], verbonden aan Administratiekantoor V/H J. Zwagemakers te Steenbergen, alsmede namens de inspecteur, [gemachtigden].
1.Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- verklaart het bezwaar niet-ontvankelijk;
- veroordeelt de inspecteur in de proceskosten van belanghebbende ten bedrage van € 437;
- gelast dat de inspecteur het door belanghebbende betaalde griffierecht van € 41 aan deze vergoedt.
2.Gronden
2.1.Belanghebbende exploiteert samen met haar echtgenoot in de rechtsvorm van een vennootschap onder firma (hierna: vof) een schoonheidssalon. De salon werd voorheen door belanghebbende geëxploiteerd in de rechtsvorm van een eenmanszaak. De vof is per 1 september 2006 aangegaan.
2.2.Uit de opgemaakte firma-akte volgt de volgende winstverdeling, waarbij met de vennoot sub 1 belanghebbende wordt bedoeld en met de vennoot sub 2 de echtgenoot van belanghebbende:
- rentevergoeding kapitaal
- arbeidsvergoeding
- overwinst: de vennoot sub 1 75%
de vennoot sub 2 25%
- oververlies: de vennoot sub 1 10%
de vennoot sub 2 90%
2.3.Het resultaat uit de vof bedroeg volgens belanghebbende in 2006 € 1.807. Partijen zijn het erover eens dat het resultaat gecorrigeerd moet worden naar € 2.611.
2.4.Achteraf is aan belanghebbende een arbeidsvergoeding van € 15.000 toegekend. Hierdoor resteerde voor de vof een verlies, waarvan op grond van de winstverdeling 10% aan belanghebbende werd toegekend. Belanghebbende heeft als winst aangegeven € 15.000 (arbeidsbeloning) min € 1.319 (aandeel verlies) = € 13.681.
2.5.De inspecteur heeft de winst van de vof € 2.611 voor 80% (€ 2.088) toegerekend aan belanghebbende en voor 20% aan de echtgenoot. Belanghebbende heeft in bezwaar en beroep gesteld dat de winst € 13.681 moet zijn.
2.6.Het is vaste jurisprudentie van de Hoge Raad dat bezwaar en beroep tegen een aanslag niet kan leiden tot een verhoging van die aanslag. Evenmin kan bezwaar en beroep tegen een bij beschikking vastgesteld verlies leiden tot een verlaging van dat verlies. Belanghebbendes bezwaar strekt daar echter wel toe nu zij wil dat de winst hoger wordt vastgesteld dan de inspecteur heeft gedaan. Dit heeft tot gevolg dat de inspecteur het bezwaar niet-ontvankelijk had moeten verklaren in plaats van ongegrond. Gelet hierop heeft de rechtbank het beroep op formele redenen gegrond verklaard: de uitspraak is immers onjuist. Dat leidt echter niet tot een wijziging van het vastgestelde verlies.
2.7.Nu het beroep, zij het op puur formele gronden, gegrond is, ziet de rechtbank reden de inspecteur te veroordelen in de kosten die belanghebbende in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht (hierna: Besluit) voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vastgesteld op € 874 (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 437 en een wegingsfactor 1). De zaken met procedurenummers AWB 09/4354 en 09/4355 worden door de rechtbank aangemerkt als samenhangende zaken in de zin van artikel 3 van Pro het Besluit, zodat in elk van deze zaken een proceskostenvergoeding wordt toegekend van € 437.
Aldus gedaan door mr. A.F.M.Q. Beukers-van Dooren, rechter, en door deze en mr. drs. I.E. Rijsdijk-van Eerd, griffier, ondertekend.
De griffier, De rechter,
Uitgesproken in het openbaar op 28 juli 2010.
Afschrift aangetekend verzonden aan partijen op: 6 augustus 2010
Rechtsmiddel
Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch (belastingkamer), Postbus 70583,
5201 CZ ’s-Hertogenbosch.
Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:
1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.
2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:
a. de naam en het adres van de indiener;
b. een dagtekening;
c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;
d. de gronden van het hoger beroep.